Aanmelding, diagnose eetstoornissen

Aanmelding en contact

Bij eetstoornissen is er altijd sprake van een combinatie van lichamelijke en psychiatrische problematiek. In de behandeling is voor beide aspecten aandacht. Als eetproblematiek bij aanvang van een behandeling al ernstige vormen heeft aangenomen, stellen we het op prijs dat de verwijzer vooraf persoonlijk contact met ons zoekt. In onderling overleg kan dan worden ingeschat of een patiënt in de eerste plaats moet worden verwezen naar het LUMC (in het geval van ernstige medisch/somatische complicaties) of naar Curium-LUMC.

Voor informatie over het behandelaanbod binnen het Zorgprogramma Eetstoornissen kunt u contact opnemen met Mevr. S.A.M. Lenssen , klinisch psycholoog / systeemtherapeut of dhr. E.M.M. van Alphen, kinder-en jeugdpsychiater en Programmaleider via telefoonnummer 071-5159600.

Diagnostiek

patiënte eetstoornissenAls onderdeel van de intake bij Curium-LUMC wordt de cliënt gevraagd mee te werken aan het invullen van een aantal vragenlijsten, zoals de OVL en de DAWBA (vragenlijsten die het functioneren en de problematiek van jongeren – waaronder ook problemen met eten – breed in kaart brengt) en de EDE-Ch-Q (een zelfbeoordelingvragenlijst voor kinderen en jongeren met eetproblematiek).

Als duidelijk is, dat er sprake is van een eetstoornis, wordt de cliënt tevens verzocht een afspraak te maken met de kinderarts en de diëtiste in het LUMC voor een onderzoek naar de lichamelijke conditie en de voedingsgewoonten. De kinderarts bepaalt vervolgens een streefgewicht.

Meestal wordt er na de intake een behandelvoorstel gedaan, in samenspraak met het behandelteam van het Zorgprogramma Eetstoornissen. Gewoonlijk kan de behandeling dan snel starten. Om goed zicht te krijgen op de sterke en minder sterke kanten van een jongere, worden een aantal testonderzoeken gedaan, gericht op het in kaart brengen van de intelligentie en het overig functioneren. Indien er aanwijzingen zijn voor bijkomende problematiek wordt er soms een kinderpsychiatrisch onderzoek gedaan. Verder testonderzoek vindt op indicatie plaats. Indien deze onderzoeken in het recente verleden al verricht zijn, hoeven ze niet nog eens herhaald te worden. De behandelaar bespreekt de uitkomsten van testonderzoek met de jongere en ouder(s)/verzorgenden, en bekijkt wat de gevolgen kunnen zijn voor de behandeling.

Als hulpmiddel om het effect van de behandeling te evalueren, wordt o.a. gebruik gemaakt van gegevens over het gewichtsverloop. Ook wordt aan de jongere gevraagd om de EDE-Ch-Q elke drie maanden nogmaals in te vullen, om een idee te krijgen van verschillen in de ernst van de eetproblematiek.

Kinderarts en diëtiste

Onderdeel van de behandeling is altijd ook begeleiding door de diëtiste en de kinderarts. De kinderarts onderzoekt de patiënt en doet mede aan de hand van groeigegevens een uitspraak over een minimaal gezond streefgewicht. In de loop van de behandeling begeleidt de kinderarts de patiënt bij het lichamelijk herstel.

De diëtiste brengt samen met patiënt en ouders eerst het huidige voedingspatroon in kaart, en geeft daarna adviezen over hoe geleidelijk aan weer naar een normaal voedingspatroon toe te groeien/regelmaat aan te brengen in het eetpatroon.