Robbie (9) volgt taaltherapie en praat steeds vaker

Robbie is een slim, bijzonder ventje dat tijdelijk bij Curium-LUMC woont. Hij is 9 jaar en komt regelmatig met zijn ouders bij Curium-LUMC voor Narratieve Taal-Teken-Therapie®. De taaltherapie is een bijzondere uitdaging voor zowel de therapeut als de ouders, omdat Robbie bij grote druk of stress onder de tafel kruipt, schopt of met voorwerpen gooit, gericht op mij of op niets in het bijzonder.

Het moment van stress ontstaat bij Robbie als ik even ruggespraak houdt met de ouders, die feedback krijgen over het communicatieve gedrag van hun zoon en van zichzelf. De ouders houden zich bij de explosiemomenten stil, terwijl ik Robbie als behandelaar probeer liefdevol te begrenzen. Uiteindelijk weet hij zich gelukkig wel weer te herstellen. De tweede keer heeft hij al dertig minuten heel aardig verteld over een uitje naar de dierentuin.

Wat is er nou met Robbie aan de hand? Naast allerlei andere problemen, heeft Robbie last van een auditieve verwerkingsstoornis die hij zoveel mogelijk probeert te verbloemen. Het probleem is waarschijnlijk het overprikkeld worden met auditieve informatie die ineens te snel gaat, te abrupt zijn therapiesessie komt binnenzeilen en ook nog net te onbegrijpelijk is. De informatie is namelijk niet voor hem bestemd, maar voor zijn ouders. Dit is de druppel die de emmer doet overlopen.

Wat is een auditieve verwerkingsstoornis precies? 
De definitie luidt als volgt: “Kinderen met auditieve verwerkingsstoornissen hebben een gestoorde auditieve verwerking bij een normaal gehoor en een normale intelligentie”. Simpel gezegd: “Ze kunnen niet altijd dat wat de oren horen, ook verstaan en begrijpen.” En zeker niet als de gesproken taal wordt aangeboden in omgevingslawaai of als de gesproken taal ineens niet of juist ineens wel voor hun oren bestemd is.

Met de ouders bespreek ik de manier waarop Robbie’s auditieve verwerkingsstoornis aan het licht komt uitvoerig. Zij herkennen zich in de volgende punten: Als de auditieve verwerking niet goed gaat in de hersenen, dan hebben kinderen vaak minder aandacht voor stemmen en gesproken taal, zijn ze soms overgevoelig voor lawaai, weten ze niet zeker wat ze horen, hebben ze moeite met het verstaan van gesproken taal in het zwembad, in de klas, of op een feestje. Ze zeggen vaak “hè?” en ze reageren vaak niet of verkeerd op vragen of een verzoek om actie.

Kinderen met een auditieve verwerkingsstoornis hebben niet alleen moeite om taal te verstaan en te begrijpen, maar ook om de goede uitspraak van het Nederlands te leren en om helder te formuleren. Alsmaar iets net niet goed kunnen verstaan, en vaak zelf niet begrepen worden, leidt binnen een gezin vaak tot enorm veel momenten van frustratie, van ontploffingen en uitingen van woede en verdriet. Voor deze kinderen en hun ouders is dat heel vermoeiend. Al met al factoren te over om hier bovenop een psychiatrische stoornis te ontwikkelen…..en zo komen veel van deze kinderen bij ons. Bij Robbie is dit algemene beeld overigens maar gedeeltelijk van toepassing: hij spreekt heel verstaanbaar – en dat is al heel knap met zo’n auditief probleem – maar de inhoud van wat hij zegt en vooral ook de communicatieve boodschap is heel vaak niet helder.

Om een auditieve verwerkingsstoornis te onderkennen is het nodig om ouders hierover uitvoerig om informatie te vragen en is auditief onderzoek nodig bij het Audiologisch Centrum van het LUMC. Bij Robbie hing de auditieve verwerkingsstoornissen samen met heel veel middenoorontstekingen die hij had als kleuter. Audiologen in Nederland zijn bezig om juist voor kinderen zoals Robbie functioneel auditief onderzoek te ontwikkelen, waarbij bijvoorbeeld het verstaan van spraak in ruis wordt getest. Daarbij wordt ook de auditieve aandacht en het auditieve geheugen onderzocht. Psychologen van Curium-LUMC onderzoeken dit dus ook al sinds jaar en dag.

Wat heeft een kind zoals Robbie nodig van zijn ouders en zijn omgeving?
Kinderen luisteren anders dan volwassenen en speciaal deze kinderen hebben behoefte aan een langzame en rustige uitspraak, aan een goede intonatie, ritme en melodie, aan een heldere, complete en consistente uitspraak en aan positieve verbale feedback door middel van “herhalend, onopvallend corrigerend napraten”. Daarnaast is het erg belangrijk om de radio of TV uit te zetten en een rustige ruimte te creëren om andere afleidende prikkels te minimaliseren. Robbie heeft er bijvoorbeeld ook veel baat bij dat zijn ouders hem taal aanbieden die inhoudelijk en functioneel aansluit bij waar hij zelf mee bezig is, zoals het praten over een uitstapje naar de dierentuin.

Op de werkvloer betekent dit ook dat sociotherapeuten en andere deskundigen zich realiseren dat sommige kinderen met een ernstige auditieve verwerkingsstoornis vaak alle mensen om zich heen als onverstaanbaar sprekend waarnemen, evenredig aan hun eigen onverstaanbaarheid!

Verder lezen