Cindy (15) heeft borderline en volgt DGT

Cindy is een 15-jarige havoleerlinge, die tot voor kort een vrij onopvallend leven leidde. Het ging de verkeerde kant op toen ze steeds meer van school ging spijbelen en op straat rondzwierf, waar zij voor het eerst contact maakte met randgroepjongeren. Thuis kreeg zij conflicten met haar moeder en stiefvader als zij merkten dat zij gedronken had. Toen op school een mentor zich intensief met Cindy ging bemoeien leek haar belangstelling voor de ‘slechte vrienden’ af te nemen en ging zij zelfs over naar de 3e klas. Maar in de zomervakantie verloor Cindy het contact met de mentor. Bovendien was haar beste vriendin, die zij al vanaf de kleutertijd kende, langdurig op vakantie.

Spijbelen, heftige ruzies en bloedsporen op haar kleren. Wat gebeurt er toch allemaal?
Tot ontsteltenis van haar ouders nam zij haar intrek bij een oudere man die wel vaker onderdak bood aan weggelopen jongeren. Zij was steeds vaker stoned of dronken en bezoeken aan haar ouders leverden steeds meer conflicten op, mede omdat Cindy geld eiste of ontvreemdde. Toen ze niet langer bij de oudere man kon blijven kwam ze weer bij haar ouders in huis waar het in het begin van het nieuw schooljaar korte tijd goed ging. Dat duurde helaas niet lang, want na enkele weken weigerde zij naar school te gaan en sloot zij zich op haar kamer op. Moeder merkte op de mouwen van Cindy’s kleren bloedsporen op. Een heftige scène volgde toen moeder haar zorgen hierover uitsprak. Cindy dreigde uit het raam te springen toen moeder voorstelde professionele hulp, de huisarts, in te schakelen.

Die trof Cindy op haar chaotische kamer aan in een angstige en geagiteerde toestand. De voorgeschreven kalmerende tabletten hadden een averechts effect: Cindy werd er niet rustiger van, maar begon als een wilde om zich heen te slaan en moest door een buurman in de houdgreep worden gehouden. Twee dagen later vond een soortgelijk incident plaats waarbij Cindy zichzelf ernstig verwondde en te kennen gaf er een einde aan te willen maken. Omdat zij zich op geen enkele manier wilde laten helpen werd zij met een Inbewaringstelling opgenomen op de gesloten afdeling van Curium-LUMC. Daar werd uiteindelijk de dia­gnose borderline persoonlijkheidsstoornis gesteld.

Wat is borderline precies?
De borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) wordt gekenmerkt door een verregaande mate van instabiliteit. De meest opvallende verschijnselen zijn: emotionele labiliteit, afhankelijkheid en wispelturigheid in relaties, impulsieve gedragingen, een neiging tot verslaving, zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag en soms een tekortschietend contact met de realiteit. Je leest op Brainwiki meer over borderline.

Veel hulpverleners denken dat een (borderline) persoonlijkheidsstoornis niet mag worden gediagnosticeerd bij adolescenten (jongeren vanaf ongeveer 14 jaar), vanuit de veronderstelling dat een persoonlijkheidsstoornis een ongeneeslijke aandoening is en omdat in de (Nederlandse) beknopte handleiding bij de DSM IV staat vermeld dat persoonlijkheidsstoornissen beginnen in de vroege volwassenheid. In het originele, dikke (Amerikaanse) DSM-IV handboek wordt echter nadrukkelijk vermeld dat persoonlijkheidsstoornissen (behalve de antisociale persoonlijkheidsstoornis) kunnen worden gediagnosticeerd bij adolescenten en zelfs bij kinderen. Deze erkenning is voor zowel de kinder- en jeugdpsychiaters als de patiënten zelf prettig. Want uit recent onderzoek blijkt dat de BPS van adolescenten sterke overeenkomsten vertoont met de BPS van volwassenen en dat therapeutische inzichten die zijn verworven bij volwassen patiënten, ook goed toepasbaar zijn bij adolescenten.

Eén van die inzichten is dat psychiatrische opnames van BPS-patiënten zelden een gunstig resultaat opleveren; integendeel, tijdens een opname gaan zij meer in plaats van minder automutileren (zichzelf beschadigen), vervreemden zij verder van hun familie en worden zij steeds afhankelijker van de kliniek. In Curium-LUMC, op de gesloten afdeling en op de IKB, hebben wij deze ervaring ook opgedaan met opgenomen borderline adolescenten en zo de kwaliteit van de behandeling van deze jongeren verder kunnen verbeteren.

Wat kan Cindy en haar gezin helpen? Dagbehandeling DGT
Nu worden in Curium-LUMC adolescenten met een BPS bij voorkeur niet meer dag en nacht opgenomen, om achteruitgang (regressie) en verlies van zelfstandigheid (hospitalisatie) te voorkomen. Wat we wel bieden is een intensieve dagbehandeling. Deze behandeling (in unit L) is gebaseerd op de principes van dialectische gedragstherapie (DGT), een behandeling die is ontwikkeld door de Amerikaanse psychologe en ervaringsdeskundige Marsha Linehan. Deze behandeling omvat een training in vaardigheden, zoals omgaan met emoties, impulsen en relaties en maar ook een individuele therapie.

DGT sluit naadloos aan bij de ambulante behandeling van de polikliniek Curium-LUMC en van GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen maar is ook te combineren met een (kortdurende) klinische opname. Omdat er zowel medewerkers van polikliniek (en GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen) als van klinische afdelingen betrokken zijn bij de DGT-dagbehandeling op Unit L, is er sprake van een ‘continuïteit van zorg’.

Voor jongeren die deelnemen aan dit zorgprogramma is een ‘bed op recept’ beschikbaar, bedoeld om bij oplopende spanningen in de thuissituatie een crisis te voorkomen door middel van een overnachting in een speciaal ingerichte kamer grenzend aan de gesloten afdeling. Het onderzoek naar de effecten van DGT-dagbehandeling is nog in volle gang, maar uit de eerste resultaten blijkt dat het zeer waarschijnlijk is dat de jongeren beter af zijn met deze behandelvorm en dat de behandelaren zich minder machteloos hoeven te voelen.

Verder lezen

  • Lees op de jongerenwebsite Brainwiki meer over borderline.
  • Meer weten over onze samenwerkingspartner GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen? Lees hier verder.
  • Wil je in contact komen met andere jongeren en volwassenen met borderline? Bekijk de site van Stichting Borderline.
  • Benieuwd naar meer ervaringen van kinderen, jongeren en ouders? Lees het verhaal van Robbie die taaltherapie volgde en van Paul met autisme.