Training Kiddie-SADS-lifetime versie (K-SADS-PL)

Via Curium-LUMC is de vertaalde K-SADS beschikbaar voor kinder- en jeugdpsychiaters in Nederland. Kinder- en jeugdpsychiaters kunnen zich inschrijven voor een training van drie dagdelen. De K-SADS-PL is een semi-gestructureerd diagnostisch interview, ontworpen om informatie vast te leggen over huidige en vorige episodes van psychopathologie bij kinderen volgens DSM criteria. Er worden vragen en objectieve criteria geleverd de om individuele symptomen te scoren.

Beschikbaarheid van het instrument

De vertaalde K-SADS is beschikbaar voor de kinder- en jeugdpsychiaters in Nederland, mits gekoppeld aan een training. Twee maal per jaar vindt de training plaats. De training bestaat uit twee delen: een instructie dag van 09.30-14.00 en een terugkomdag van 09.30-14.00. Deze terugkomdag wordt meestal ongeveer 4-6 weken na de instructie dag gepland en dan brengen de deelnemers eigen materiaal in.

De eerst volgende trainingen zijn;

Instructiedag op vrijdag 1 september 2017 09.30-14.00

Terugkomdag op vrijdag 6 oktober 2017 09.30-14.00

De training wordt verzorgd door medewerkers van Curium-LUMC en het UMCU. Kosten voor de training zijn: 350 euro per persoon. De deelnemers aan de training krijgen na afloop 6 accreditatiepunten en het scoreformulier K-SADS. De locatie van de training is Curium-LUMC, Endegeesterstraatweg 27, Oegstgeest. Het secretariaat van Curium-LUMC organiseert de trainingen en het lesmateriaal. Voor meer informatie en inschrijven kunt u contact opnemen met het secretariaat: secretariaatvermeiren@curium.nl. Na inschrijving en betaling ontvangt u de K-SADS bestanden en de data voor de training.

De stoornissen die door de K-SADS-PL gediagnostiseerd kunnen worden zijn:

  • depressieve stoornis
  • dysthyme stoornis
  • manie, hypomanie
  • cyclothyme stoornis
  • bipolaire stoornissen
  • schizo-affectieve stoornis, schizofrenie, schizofreniforme stoornis
  • kortdurende psychotische stoornis
  • paniekstoornis
  • agorafobie
  • separatieangststoornis
  • dreigende ontwijkende persoonlijkheidsstoornis
  • specifieke fobie, sociale fobie
  • overmatige angststoornis, gegeneraliseerde angststoornis
  • obsessieve-compulsieve stoornis
  • aandachtstekortstoornis
  • gedragsstoornis
  • oppositioneel-opstandige gedrags-stoornis
  • enuresis
  • encopresesis
  • anorexia nervosa, bulemie
  • passagère tic-stoornis, stoornis van Gilles de la Tourette, chronische motorische of vocale tic- stoornis
  • alcoholmisbruik, middelenmisbruik
  • posttraumatische stress-stoornis
  • aanpassingsstoornissen

Wijze van onderzoek

De K-SADS-PL is een semi-gestructureerd interview. De vragen in dit instrument hoeven niet verbatim gesteld te worden. Ze dienen als illustratie van manieren om de informatie te verzamelen voor het scoren van ieder item. De interviewer moet zich vrij voelen om de vragen aan te passen bij het ontwikkelingsniveau van het kind en de taal te gebruiken van de ouder en het kind tijdens het uitvragen van specifieke symptomen. De K-SADS-PL wordt afgenomen door de ouder(s) en het kind te interviewen en vervolgens somscores te berekenen gebruik makend van alle informatiebronnen (ouder, kind, school, dossiergegevens, enz.)

Leeftijd van het kind

Het interview wordt gehouden bij kinderen tussen de 6 en de 18 jaar. Wanneer het instrument wordt afgenomen bij kinderen onder de 12 jaar, worden de ouders als eerste geïnterviewd. Kinderen boven de 12 jaar worden als eerste geïnterviewd.

Niveau van de onderzoeker

Indien er sprake is van discrepantie tussen de verschillende informatiebronnen zal de beoordelaar steeds weer zijn/haar beste klinische beoordelingsvermogen moeten gebruiken. Discrepanties tussen mededelingen van kinderen en ouders betreffen meestal items die subjectieve fenomenen beschrijven, waar de ouders niets van zeggen te weten, maar het kind zeker is van de aan- of afwezigheid. Dit geldt in het bijzonder voor items als schuldgevoelens, hopeloosheid, kwaliteit van de stemming, onderbroken slaap, hallucinaties en suïcidale gedachten. Indien de discrepantie obser-veerbaar gedrag (bijv. suïcidepoging, uitspraken van het kind over verdriet, spijbelen, brandstichten of een dwangritueel) betreft moet de onderzoeker het kind met de uitspraak van de ouder confronteren en vragen waarom het denkt dat de ouder dit gezegd heeft. Indien de tegenstelling niet opgelost wordt, kan het helpen om met hen samen de oorzaken hiervan te bespreken. Uiteindelijk zal de onderzoeker bij de somscore zijn klinische oordeel de doorslag moeten laten geven.