Dwangbehandeling voor en/of door anorexia nervosa

Dit project richt zich op dwangbehandeling voor en/of door anorexia nervosa: identificerende en voorspellende factoren die correleren met toepassing van dwangbehandeling.

Achtergrond

Van iedere 100 mensen ontwikkelen 1 tot 4 gedurende hun leven anorexia nervosa. Het komt voornamelijk voor bij vrouwen, begint meestal heel stilletjes rond de adolescentie en kan jaren of een leven lang duren. Anorexia nervosa staat helaas bekend als de meest dodelijke psychiatrische aandoening met sterftecijfers van 5-10% door diverse lichamelijke gevolgen en suïcide. De ziekte gaat geregeld gepaard met verschillende andere psychiatrische aandoeningen zoals een persoonlijkheidsstoornis, posttraumatische stresstoornis, autismespectrumstoornis, depressie en zelfbeschadiging of suïcidaliteit.

De behandeling voor adolescenten met anorexia nervosa vindt bij voorkeur plaats in de thuissituatie waarbij het gezin centraal staat. Er wordt gewerkt aan stabilisatie van de eetproblematiek en om de onderliggende oorzaak te kunnen identificeren en behandelen. In de eerste fasen van de behandeling is de eetstoornis vaak zo sterk, dat het nog niet mogelijk is om onderliggende thema’s te benaderen. Een opname in een ziekenhuis of psychiatrische kliniek kan noodzakelijk zijn bij suïcidaliteit, zelfbeschadiging, uitputting van een steunsysteem of door acuut levensbedreigende gevolgen van ondergewicht. Inherent aan de ziekte is er vaak sprake van een lage of afwezige behandelmotivatie, waardoor bij 13-44% van opnames dwangbehandeling wordt ingezet.

Dwangbehandeling heeft vele vormen en combinaties zoals een thuiszorg, opname, medicatie, separatie, fixatie en dwangvoeding. Onderzoek laat zien dat een opname onder dwang, ten opzichte van een vrijwillige opname, gemiddeld vergelijkbare resultaten heeft op gewichtsherstel. Er is echter  vrijwel geen kennis over langere-termijn gevolgen, zoals eventuele traumatisering. Het is bekend dat een vrijwillige opname al kan leiden tot toename van de eetproblematiek door groepsdruk of uitwisseling van ideeën en vaardigheden tussen patiënten. Daar bovenop kan bij dwangbehandeling ook binnen de relatie tussen patiënt en behandelaar een therapeutische impasse of negatieve spiraal ontstaan. Enerzijds ziet een behandelaar de patiënt steeds ernstiger ziek worden en wordt noodgedwongen dwangbehandeling ingezet om te voorkomen dat de patiënt sterft. Anderzijds ziet de patiënt zijn of haar grip op het eigen leven steeds minder worden en gaat op zoek naar toenemend extreme manieren om die controle terug te nemen.

Er is onvoldoende kennis over de verschillen tussen jongeren die vrijwillig of onder dwang behandeld worden. Het is, in het bijzonder, niet goed bekend welke kenmerken van de patiënt, de omgeving of welke gebeurtenissen leiden tot een verhoogd risico op noodzaak voor dwangbehandeling.  Voor hulpverleners is het daarom niet goed mogelijk om tijdig eventuele signalen van verergering van de ziekte herkennen en aan te grijpen in de behandeling.

Onderzoek

Het onderzoek wordt uitgevoerd middels kwantitatieve en kwalitatieve methoden. Initieel wordt een literatuurstudie uitgevoerd gericht op de verschillen tussen kenmerken van patiënten die onder dwang of vrijwillig behandeld zijn. Tevens zal middels bestaande patiëntendossiers worden onderzocht welke kenmerken bij de patiënten van het LUMC-Curium worden gezien. Als laatste wordt een kwalitatief interview over ervaringen en meningen ten aanzien van dwangbehandeling bij anorexia nervosa afgenomen bij zowel voormalig patiënten en actueel behandelaars.

Doel

Het primaire doel van dit onderzoek is om voor adolescenten en jongvolwassenen (tot 24 jaar) individuele, contextuele en voorspellende factoren te identificeren die correleren met de toepassing van dwangbehandeling.

Het secundaire, maar niet minder belangrijke doel van dit onderzoek, is het inzichtelijk maken van de ervaringen en meningen van patiënten die dwangbehandeling hebben meegemaakt. Dit kan de wensen en noden van patiënten inzichtelijk maken en hypothesen vormen voor innovatief onderzoek.

Uiteindelijk kan deze kennis worden toegepast om de kenmerken, wensen en noden van patiënten en hun ziekte inzichtelijker te maken. Deze kennis kan in toekomstig onderzoek worden ingezet voor het ontwikkelen van betere signalering, preventie en interventies binnen de behandeling van anorexia nervosa. Uiteindelijk hopen wij hiermee de toepassing en duur van dwangbehandeling respectievelijk te verminderen en te verkorten.

Onderzoekers

Meer weten?

Neem dan contact op met Tim Offringa: t.m.offringa@lumc.nl